Comodaliteit in het personenvervoer: De Lijn

illustratie bus

icoon meer info - mora
     

 

Internationale benchmarkstudie

Deze studie is geen doorlichting van De Lijn, maar gaat na in hoeverre de middelen die Vlaanderen geïnvesteerd heeft in het openbaar vervoer het aanbod en het gebruik van het openbaar vervoer hebben veranderd en wat dat betekent in vergelijking met de bestudeerde regio's.

De belangrijkste conclusies zijn:

  • de overheidsmiddelen voor openbaar vervoer stijgen;
  • het aanbod aan openbaar vervoer stijgt, en ligt nu op een vergelijkbaar peil als in het buitenland, met een tendens naar meer vraaggestuurd vervoer;
  • een actief prijsbeleid ressorteert slechts beperkte modal shift effecten.   
  • de exploitatie van De Lijn heeft een zeer lage kostendekkingsgraad. In andere regio’s stuurt men soms op kostendekking en zijn prijszetting of aanbod daarbij ondergeschikt, in Vlaanderen is dit  omgekeerd;
  • de relatief lage kostendekkingsgraad is in mindere mate te wijten in verschillen in exploitatiekosten.

Door het studiebureau worden op basis van deze conclusies volgende aanbevelingen gemaakt:

  • in Vlaanderen is er een transparante structuur met 1 sturend niveau en 1 uitvoerend niveau. Taken van het “taktisch” niveau zijn in Vlaanderen niet duidelijk toegewezen
  • cruciale taktische activiteiten die zouden moeten toegewezen worden zijn:
  • monitoren van het verplaatsingsgedrag en van de effectiviteit en efficiëntie van het vervoerbeleid in Vlaanderen
  • prijszetting
  • het afstemmen van het aanbod op de vraag

Ten slotte stelt de studie dat om de kostendekkingsgraad bij te kunnen sturen verder onderzoek dient te gebeuren naar:

  • het verschil in kostprijs tussen een verplaatsing met De Lijn en een verplaatsing met andere vervoersmodi
  • de prijselasticiteit van de vraag
  • het verplaatsingsgedrag van reizigers per type vervoerbewijs

Deze aanbevelingen zullen gebruikt worden bij de opmaak van een nieuwe beheersovereenkomst met De Lijn.  Deze overeenkomst werd nog niet opgesteld.

pijltje naar overzicht

 


 

 

Afstemming aanbod

De Lijn wil op basis van haar “Mobiliteitsvisie 2020” met de NMBS op interregionaal niveau een openbaar-vervoernetwerk ontwikkelen  en de optimalisatie van het openbaar vervoernetwerk verzekeren.

De concrete prioriteiten zullen per provincie worden vastgelegd, in overleg met het maatschappelijk middenveld en op basis van een maatschappelijke en economische kosten/baten analyse (MBKA).

De investeringsprioriteiten per provincie zullen pas tegen het eind 2010 bekend zijn.

Naast de samenwerking met de NMBS heeft De Lijn eerste projecten met de sector van het bezoldigd vervoer opgezet. Begin 2010 ondertekende ze in Limburg overeenkomsten met taxibedrijven voor inzet van taxi’s voor 15 belbusdiensten en voor het vervoer van rolstoelgebruikers in het kader van toegankelijkheidsprojecten.

 

pijltje naar overzicht