

Deze studie is geen doorlichting van De Lijn, maar gaat na in hoeverre de middelen die Vlaanderen geïnvesteerd heeft in het openbaar vervoer het aanbod en het gebruik van het openbaar vervoer hebben veranderd en wat dat betekent in vergelijking met de bestudeerde regio's.
De belangrijkste conclusies zijn:
Door het studiebureau worden op basis van deze conclusies volgende aanbevelingen gemaakt:
Ten slotte stelt de studie dat om de kostendekkingsgraad bij te kunnen sturen verder onderzoek dient te gebeuren naar:
Deze aanbevelingen zullen gebruikt worden bij de opmaak van een nieuwe beheersovereenkomst met De Lijn. Deze overeenkomst werd nog niet opgesteld.


De Lijn wil op basis van haar “Mobiliteitsvisie 2020” met de NMBS op interregionaal niveau een openbaar-vervoernetwerk ontwikkelen en de optimalisatie van het openbaar vervoernetwerk verzekeren.
De concrete prioriteiten zullen per provincie worden vastgelegd, in overleg met het maatschappelijk middenveld en op basis van een maatschappelijke en economische kosten/baten analyse (MBKA).
De investeringsprioriteiten per provincie zullen pas tegen het eind 2010 bekend zijn.
Naast de samenwerking met de NMBS heeft De Lijn eerste projecten met de sector van het bezoldigd vervoer opgezet. Begin 2010 ondertekende ze in Limburg overeenkomsten met taxibedrijven voor inzet van taxi’s voor 15 belbusdiensten en voor het vervoer van rolstoelgebruikers in het kader van toegankelijkheidsprojecten.



