Huishoudelijk reglement van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen

    dd. 13 september 2011

    Artikel 1. Inleidende bepalingen

    § 1. In dit huishoudelijk reglement wordt bedoeld met "het decreet" het decreet van de Vlaamse Regering betreffende de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen van d.d. 7 juli 2006 (Belgisch Staatsblad 5 september 2006), hierna "MORA" genoemd.

    § 2. In dit huishoudelijk reglement worden bedoeld:

    met "de vertegenwoordigers van de SERV" de leden aangeduid op grond van art. 9 § 1 2de van het decreet;

    met "de mobiliteitsverenigingen en openbare vervoersaanbieders" de leden aangeduid op grond van art. 9 § 1 6de van het decreet;

    met "de lokale besturen" de leden aangeduid op grond van art. 9 § 1 3de en 4de van het decreet;

    met "de milieu en natuurverenigingen" de leden aangeduid op grond van art. 9 § 1 5de van het decreet;

    met "de deskundigen" de leden aangeduid op grond van art. 9 § 1 7de van het decreet.

    § 3. Goedkeuring of wijziging van dit huishoudelijk reglement vergt een 2/3de meerderheid van de aanwezige leden van de MORA.

    § 4. De MORA is gevestigd in de zetel van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel. Alle briefwisseling met betrekking tot de MORA dient gericht aan dit adres.

    § 5. Het werkjaar van de MORA loopt van 1 januari tot 31 december. Het eerste werkjaar vangt aan op 18 september 2007 en loopt tot 31 december 2007.

    Artikel 2. Dagelijks bestuur

    § 1. Het dagelijks bestuur van de raad is samengesteld uit 2 leden of plaatsverangende leden van de raad behorende tot de vertegenwoordigers van de SERV en 2 leden of plaatsverangende leden van de raad behoren tot de groep van mobiliteitsverenigingen en openbare vervoersaanbieders.

    De voorzitter van de MORA maakt ambtshalve deel uit van het dagelijks bestuur, en is er tevens voorzitter van.

    De voorzitters van de werkcommissie bedoeld in artikel 6 kunnen de vergadering van het Dagelijks bestuur bijwonen met raadgevende stem.

    De secretaris van de MORA maakt ambtshalve deel uit van het dagelijks bestuur, hij is niet stemgerechtigd.

    § 2. Het dagelijks bestuur wordt voor de duur van 1 werkjaar aangeduid door de MORA. De eerste aanduiding van het dagelijks bestuur gebeurt onmiddellijk na de goedkeuring van het huishoudelijk reglement.

    § 3. De kandidaturen voor het lidmaatschap van het dagelijks bestuur namens de vertegenwoordigers van de SERV en namens de groep van mobiliteitsverenigingen en openbare vervoersaanbieders, worden schriftelijk ingediend bij de voorzitter ten laatste 10 dagen voor de laatste bijeenkomst van iedere periode.

    § 4. Het dagelijks bestuur wordt bijeengeroepen door de voorzitter. Het dagelijks bestuur regelt de wijze van bijeenroeping.

    § 5. Het dagelijks bestuur bereidt de vergadering van de MORA voor, stelt de agenda samen en legt de door de leden van de MORA voorgestelde agendapunten ter overweging aan de raad voor. Het dagelijks bestuur kan uitzonderlijke raadsvergaderingen beleggen. Het gelast de voorzitter tot het bijeenroepen van de raad.

    § 6. Bij de aanvang van ieder jaar wordt onder de leden van het dagelijks bestuur een lid aangeduid dat de voorzitter vervangt bij diens afwezigheid.

    § 7. Het dagelijks bestuur stelt de voorzitters voor aan de MORA van de op te richten Mora-commissies.

    § 8. Het dagelijks bestuur beslist steeds met eenparigheid van stemmen van de aanwezige leden. Indien geen eenparigheid wordt bereikt, wordt het betreffende probleem naar de MORA verwezen.

    Artikel 3. Bevoegdheden van de voorzitter

    § 1. De voorzitter roept de vergaderingen van raad en dagelijks bestuur bijeen. Hij leidt de debatten van de MORA en dagelijks bestuur, verleent het woord en ontneemt het. Als lid van het dagelijks bestuur is de voorzitter stemgerechtigd.

    § 2. De voorzitter vertegenwoordigt de MORA in alle externe aangelegenheden, hij kan zich hiervoor laten vervangen door de secretaris. De voorzitter verzoekt, in opdracht van de MORA, de functioneel bevoegde Minister om de medewerking van de diensten van de Vlaamse Regering.

    § 3. De voorzitter onderhoudt alle nodige contacten met het dagelijks bestuur en de leidende ambtenaren van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen met het oog op de uitvoering van het decreet.

    § 4. Conform artikel 9§1 van het decreet heeft de voorzitter in de MORA enkel stemrecht in het geval van staking van stemming. Als de staking van stemmen gepaard gaat met een unaniem standpunt van de twaalf vertegenwoordigers van de SERV, voert hij voorafgaand aan de stemming een bemiddelingsopdracht uit.

    § 5. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door het hiervoor in artikel 2§6 aangeduide lid van het dagelijks bestuur. In voorkomend geval is §4 van toepassing.

    Artikel 4. Wijze van bijeenroeping van de MORA

    § 1. De MORA wordt bijeengeroepen door de voorzitter, die daartoe gelast wordt door het dagelijks bestuur.

    § 2. De MORA komt minstens vier maal per jaar bijeen. De raad komt verder bijeen telkens de voorzitter, in opdracht van het dagelijks bestuur, de raad daartoe uitnodigt.

    § 3. De leden van de MORA worden per E-mail uitgenodigd en ontvangen de agenda en de stukken die erop betrekking hebben elektronisch, minstens 5 werkdagen voor de bijeenkomsten van de MORA. In dringende gevallen kunnen de stukken ter vergadering overhandigd worden.

    § 4. Elk der leden van de MORA kan voorstellen van agendapunten indienen. Deze dienen schriftelijk (per E-mail) en gemotiveerd te gebeuren bij de voorzitter of de secretaris, ten minste 10 werkdagen voor de geplande MORA-vergadering.

    § 5. Bij hoogdringendheid kan elk van de leden van de MORA ter vergadering verzoeken een punt aan de agenda toe te voegen. De MORA beraadslaagt over dit punt indien er een meerderheid is overeenkomstig artikel 7 § 2 van dit huishoudelijk reglement.

    § 6. De plaatsvervangers kunnen deelnemen aan de bijeenkomsten van de MORA. Zij ontvangen te dien einde alle documenten die aan de leden van de MORA worden overgemaakt. De plaatsvervangers hebben geen stemrecht, behalve wanneer zij een effectief lid vertegenwoordigen.

    § 7. De personeelsleden van de SERV kunnen door de voorzitter uitgenodigd worden tot de bijeenkomsten en werkzaamheden van de raad.

    Artikel 5. Bevoegdheden van de raad

    § 1. De raad heeft volheid van bevoegdheid onder voorbehoud van de delegatie die door dit reglement van orde aan het dagelijks bestuur wordt gegeven of van delegatie van bevoegdheden die door de raad aan het dagelijks bestuur worden verleend. De raad kan steeds tot de intrekking van deze delegatie beslissen.

    § 2. De raad heeft een algemeen advies-, studie- en aanbevelingsbevoegdheid zoals omschreven in art. 4 en 5 van het decreet houdende de oprichting van de MORA.

    § 3. Elk van de leden kan aan de voorzitter voorstellen om ten behoeve van de MORA-werkzaamheden te voorzien in de medewerking van de diensten van de Vlaamse Regering. De voorzitter legt dit voor aan het dagelijks bestuur, dat hierover beslist.

    § 4. De leidende ambtenaren van de SERV en de secretaris van de MORA wonen de vergaderingen van de MORA bij met raadgevende stem.

    § 5. Van iedere vergadering van de MORA worden notulen gemaakt. Deze notulen bevatten een samenvatting van de tussenkomsten van de verschillende leden en de besluiten van de MORA voor de verschillende agendapunten. De notulen zijn pas definitief na goedkeuring, desgevallend aanpassing op de eerstvolgende vergadering.

    Artikel 6. Werkcommissies

    § 1. De MORA kan conform artikel 12 van het decreet, voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken permanente of tijdelijke werkcommissies oprichten. In ieder geval worden er twee permanente werkcommissies opgericht, respectievelijk voor het personenvervoer en voor het goederenvervoer. Deze werkcommissies worden verder MORA-commissies genoemd.

    § 2. De MORA beslist met een 2/3de meerderheid van de aanwezige leden over de oprichting en de samenstelling van permanente of tijdelijke MORA-commissies.

    § 3. De leden van de MORA-commissies worden voorgesteld door de samenstellende organisaties van de MORA aan het dagelijks bestuur. Er kunnen niet meer kandidaten worden voorgedragen dan 2/3de van het aantal effectieve mandaten die deze organisaties hebben binnen de MORA.

    Het voorstel aan het dagelijks bestuur weerspiegelt de representativiteit van de organisatie binnen de MORA en is conform met de decretale bepalingen over de evenredige vertegenwoordiging. Het dagelijks bestuur formuleert een voorstel van samenstelling aan de MORA.

    § 4. Het dagelijks bestuur kan aan de MORA voorstellen andere kandidaten dan deze aangeduid door de samenstellende organisaties aan de samenstelling van de bijzondere MORA-commissie toe te voegen , dit om de deskundigheid of het maatschappelijk draagvlak van de bijzondere MORA-commissie te verhogen.

    § 5. De permanente of tijdelijke MORA-commissies werken onder het toezicht en controle van de MORA. Zij kunnen nooit zelf naar buiten treden met adviezen, publicaties of verklaringen.

    § 6. Op voorstel van het dagelijks bestuur duidt de MORA een voorzitter aan onder de leden van de MORA-commissie.

    § 7. De secretaris van de MORA duidt een lid van het secretariaat van de MORA aan dat het secretariaat van de MORA-commissie op zich neemt.

    Artikel 7. Stemprocedure van de MORA

    § 1. De adviezen, aanbevelingen en conclusies worden ter vergadering goedgekeurd. De MORA streeft naar consensus in haar besluitvorming. Indien geen consensus kan bereikt worden, gebeurt de goedkeuring bij gewone meerderheid van de aanwezige effectieve leden. Als er geen consensus wordt bereikt wordt dit in de inleiding van het betrokken advies, aanbeveling of conclusie gemeld.

    § 2. Onverminderd de andere bepalingen van dit reglement beslist de raad bij eenvoudigemeerderheid der aanwezige leden of stemgerechtigde plaatsvervangende leden.

    Artikel 8. Bekendmaking der handelingen en verbodsbepalingen

    § 1. De adviezen, studies en aanbevelingen van de MORA worden na goedkeuring, door de voorzitter overgemaakt zoals bepaald is in het decreet.

    § 2. Uitgebrachte adviezen zijn openbaar. De MORA beslist op welke wijze de openbaarmaking zal gebeuren.

    § 3. Het is de leden van de MORA en alle deelnemers aan de werkzaamheden van de MORA of haar MORA-commissies verboden om stukken publiek bekend te maken, andere dan deze goedgekeurd door de MORA.

    Artikel 9. Het secretariaat en de werkingskosten

    Jaarlijks zal de voorzitter van de MORA - na bespreking in het dagelijks bestuur - voorstellen doen aan de leidend ambtenaar van de SERV over de te begroten werkingskosten voor het eerstvolgende werkjaar, alsmede voor de uitgaven bedoeld in artikel 16 van het decreet. De leidend ambtenaar van de SERV zal de termijn bepalen voor het neerleggen van deze voorstellen.

    Binnen de perken van de dotatie toegekend aan de MORA ter uitvoering van artikel 16 2de van het decreet, kan de voorzitter –na bespreking in het dagelijks bestuur- de leidend ambtenaar van de SERV vragen om namens en voor de Raad contracten af te sluiten en financiële verbintenissen aan te gaan voor alle prestaties die nodig zijn voor de werkzaamheden van het jaarlijks mobiliteitsverslag en het vijfjaarlijks mobiliteitsrapport.

    Artikel 10. Slotbepaling

    Dit huishoudelijk reglement is een aanpassing en treedt in werking vanaf 13 september 2011

    Thema's en trefwoorden