Advies transitiebeheersovereenkomst De Lijn

    advies op vraag
    Vlaams minister van Mobiliteit Openbare Werken Vlaamse Rand Toerisme en Dierenwelzijn
    Ben Weyts

    Bus van De Lijn aan een haltdMinister Weyts vroeg de MORA op 9 augustus 2016 om aanbevelingen inzake de vooropgestelde transitiebeheersovereenkomst met De Lijn, rekening houdend met de eindevaluatie van de beheersovereenkomst 2011-2015 van De Lijn en de conceptnota basisbereikbaarheid.

    Op basis van de eindevaluatie van de beheersovereenkomst 2011-2015 van De Lijn formuleert de MORA in het advies een aantal opmerkingen op de realisatie van de stiptheid van bussen en trams, de daling van het aantal reizigers, de gebrekkige reizigersinformatie en co-modaliteit en mobiliteitsmanagement.

    De MORA adviseert de Vlaamse Regering om de transitiebeheersovereenkomst met De Lijn voor vier jaar te laten gelden van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020. Deze timing biedt duidelijkheid voor de reiziger, De Lijn en voor de exploitanten. Het moet het ook mogelijk maken om, conform de richtlijnen van de EU verordening 1370/2007 betreffende een meer gecontroleerde mededinging, een gedegen regeling uit te werken voor de toegekende rol voor De Lijn als ‘interne operator’ voor het kernnet en het aanvullend net.

    De transitiebeheersovereenkomst met De Lijn moet volgens de MORA bepalingen bevatten om te voldoen aan volgende uitdagingen:

    • De continuïteit van de dienstverlening van De Lijn moet worden gegarandeerd zodat de reiziger zijn bestemmingen vlot kan blijven bereiken. Dit impliceert dat de reiziger centraal moet staan bij de opmaak van de transitiebeheersovereenkomst. De MORA duidt in het advies de thema’s die moeten uitgewerkt worden in de transitiebeheersovereenkomst.
    • In het transitieproces naar de geplande regelgeving van basisbereikbaarheid in 2018, moet er binnen de vervoersgebieden die deel uitmaken van de proefprojecten basisbereikbaarheid ruimte zijn om uit te zoeken welke actor het best in staat is om bereikbaarheidsoplossingen aan te reiken. De MORA raadt aan om, na de evaluatie van de proefprojecten basisbereikbaarheid, de nieuwe inzichten te verwerken in een transitieluik en dit als addendum toe te voegen aan de transitiebeheersovereenkomst.