Advies verzameldecreet De Lijn, havenvoertuigen, regionale luchthavens

    Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken
    Ben Weyts
    Advies voorontwerp van decreet houdende wijziging van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoersmaatschappij – De Lijn, het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens en het decreet van 10 juli 2008 betreffende het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens Oostende-Brugge, Kortrijk-Wevelgem en Antwerpen

    Het advies over het zogenaamde verzameldecreet is opgesplitst in drie deeladviezen.

    Met betrekking tot de Raad van Bestuur van De Lijn geeft de MORA aan dat er minstens bij de helft van de onafhankelijke bestuurders expertise aanwezig is om de belangen van de reizigers te verdedigen. De MORA onderlijnt het belang van de pariteit bij de vertegenwoordiging op voordracht van de SERV en vraagt om aan de Raad van Bestuur van De Lijn hiervoor één extra volwaardig vertegenwoordiger toe te laten.
    Met betrekking tot artikel 5 van het ontwerpdecreet tot wijziging van het Havendecreet stelt de MORA vast dat vandaag de informatie ontbreekt om voor het gebruik van havenvoertuigen een decretale regeling uit te werken. Pas na kennisname van de gewestelijke havenverordeningen is er de nodige informatie om de impact van het decreet op mobiliteitseffecten, verkeersveiligheid en concurrentievoorwaarden te kunnen inschatten.  
    Bij de voorstellen tot wijziging van het decreet over het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens heeft de MORA geen opmerkingen.