MORA geeft maatschappelijke visie op concept basisbereikbaarheid

foto van fietsen, bus, logo cambio, voetganger en autoDe Vlaamse Regering wil basismobiliteit evalueren en op basis hiervan evolueren naar basisbereikbaarheid.

De MORA brengt met dit advies op eigen initiatief de strategische elementen aan die volgens het mobiliteitsmiddenveld moeten meegenomen worden bij het debat en de conceptualisering van basisbereikbaarheid. De MORA wil met dit advies een maatschappelijke bijdrage leveren aan het debat in het Vlaams parlement en aan de opmaak van de nieuwe beheersovereenkomst van De Lijn.

Basisbereikbaarheid is voor de MORA een maatschappelijk concept dat meer is dan een openbaar vervoersmodel. Basisbereikbaarheid vertrekt vanuit de nood van een inwoner van Vlaanderen aan de bereikbaarheid van basisfuncties om volwaardig te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Voor de MORA is het belangrijk dat uit de verschillende bereikbaarheidsnoden van een inwoner van Vlaanderen rechten voortvloeien die decretaal worden verankerd.

Bij basisbereikbaarheid gaat het volgens de MORA niet om hoeveel kilometer iemand kan afleggen, maar wel over welke bestemmingen en activiteiten iemand kan bereiken. Basisbereikbaarheid bestaat uit een ruimtelijke dimensie die inzet op de nabijheid van diverse functies en uit een mobiliteitsdimensie die met een aantal criteria inzake snelheid, frequentie, comfort, betaalbaarheid, toegankelijkheid en betrouwbaarheid van duurzame modi een maximale participatie van de burger aan de samenleving garandeert.

De conceptualisering en concretisering van basisbereikbaarheid zal volgens de MORA moeten voldoen aan volgende randvoorwaarden: basisbereikbaarheid moet maatschappelijk efficiënt zijn, het moet kaderen in een totale mobiliteitsvisie en het moet sociaal-rechtvaardig zijn.

Volgens de MORA kan de Vlaamse overheid basisbereikbaarheid garanderen door:  

  • Een ruimtelijk beleid te voeren dat maximaal inzet op de bundeling van functies en het versterken van kernen.
  • Een bestemmingsgericht mobiliteitssysteem in te voeren dat duurzame verplaatsingen te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer maximaal stimuleert en faciliteert. Binnen dit mobiliteitssysteem zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor het openbaar vervoer. De organisatie van een hoogwaardig netwerk van openbaar vervoer is een openbare dienstverplichting die moet worden gegarandeerd door de Vlaamse overheid.

Een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk moet de ruggengraat vormen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit vraagt een ruimtelijk structurerend netwerk van trein, metro, tram en bus dat inzet op verknoopte en hoogwaardige corridors die frequent worden bediend. Deze knooppunten kunnen dan worden bediend door vele vervoersmiddelen waaronder de (bel-) bus en tram maar ook door andere publiek toegankelijke modi zoals gedeelde modi, taxidiensten, andere vormen van collectief vervoer, bijzonder geregeld vervoer, minder mobielen centrales enzoverder. Het is voor de MORA belangrijk dat de Vlaamse overheid deze andere publiek toegankelijke modi volwaardig inschakelt in het openbaar vervoersnetwerk en eveneens wettelijk omschrijft als een openbare dienstverplichting om de basisbereikbaarheid van de knooppunten op lange termijn te garanderen.

Om basisbereikbaarheid uit te werken zal de Vlaamse Regering daarom een regisseur van het openbaar vervoersnetwerk moeten aanstellen die op een voldoende hoog en strategisch niveau zijn regierol kan spelen. Deze regisseur moet echter ook beschikken over een gedegen aantoonbare operationele kennis over de verschillende modi.