Vernieuwde mobiliteitsraad zal multimodaal werken

    Door de toename van het verkeer is de nood aan een slim mobiliteitsbeleid steeds groter. Multimodaliteit of het combineren van allerlei vervoersmodi wordt het nieuwe normaal voor mensen en bedrijven. De Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA) die vandaag tien kaarsjes uitblaast, moet daarop inspelen. Vandaag bestaan nog heel wat verschillende overleg- en adviesorganen binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. Minister van Mobiliteit Ben Weyts wil de verschillende raden integreren en zo de slagkracht van de MORA verhogen.

    We maken een einde aan de versnippering en verkokering binnen het beleidsveld mobiliteit”, zegt Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts. “Verschillende structuren, die vroeger naast elkaar werkten, worden geïntegreerd in een nieuw geheel. De MORA kan zo evolueren tot een meer slagkrachtige speler. Het overleg wordt effectiever en efficiënter, er zal meer integraal gedacht worden en de verschillende modi zullen beter op elkaar afgestemd worden.”

    In reactie op minister Weyts zegt MORA-voorzitter Daan Schalck: “De hoogdringende oplossingen voor de toenemende mobiliteitsdruk komen al lang niet meer van één beleidsdomein alleen. Een sector overschrijdende aanpak en meer samenwerking is nodig. Ik ben het volmondig eens met de minister dat een radicale keuze voor een multimodale aanpak de aangewezen weg is.”

    Overlegplatform voor het mobiliteitsmiddenveld

    De Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA) bestaat uit erg uiteenlopende organisaties die samen het mobiliteitsmiddenveld vertegenwoordigen. Zowel werkgevers- en werknemersorganisaties, vervoersmaatschappijen De Lijn en NMBS, milieu- en mobiliteitsverenigingen, VVP, VVSG en enkele experten/academici zetelen in de strategische adviesraad voor mobiliteit. De grote gemene deler is het uitgesproken engagement van alle leden bij de voorbereiding van het Vlaams mobiliteitsbeleid.

    Mobiliteitslandschap in verandering

    In de tien jaar dat de MORA actief is, is het mobiliteitslandschap sterk veranderd. We aanvaarden nu bv. dat we op een meer rechtvaardige, maar ook sturende wijze zullen moeten bijdragen aan de kosten van het gebruik van het mobiliteitssysteem. In de nieuwe maatschappelijke visie op mobiliteit staat basisbereikbaarheid centraal. We zien dat louter een aanbodstrategie te kort schiet en de overheid ook moet inzetten op ruimtelijke nabijheid als oplossing voor mobiliteitsproblemen. Vandaag is er ook meer draagvlak voor de noodzakelijke infrastructuurwerken en het feit dat die sneller gerealiseerd moeten worden.

    Belang van de Mobiliteitsraad

    Voor al deze thema’s heeft de MORA een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan het beleidsproces. Daarvan getuigt voormalige minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt die in de werking van de MORA de meerwaarde van participatie ziet. Dat de adviezen steeds in consensus uitgebracht zijn, weet voormalig minister van Mobiliteit Hilde Crevits naar waarde te schatten. Volgens haar zorgt de MORA hierdoor voor een eerste intern compromis tussen de vele opinies op het mobiliteitsveld en werken ze zo mee aan draagvlak voor het beleid. Parlementsvoorzitter Jan Peumans roept de parlementsleden en de Vlaamse Regering op meer aandacht te hebben voor de inbreng van adviesraden zoals de Mobiliteitsraad.