De Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) organiseerden een studievoormiddag over de werking en toekomst van de Vlaamse vervoerregio’s.
Pieterjan Schraepen (UGent) stak van wal met een toelichting over de studie ‘Vervoerregio’s als regionaal onderhandelingsplatform’, uitgevoerd door het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing. De studie analyseert hoe de vervoerregio’s functioneren als interbestuurlijke onderhandelingsplatformen, met focus op hun werking, evolutie en de dynamieken tussen Vlaamse, lokale en andere betrokken actoren. Ze brengt in kaart hoe rollen, samenwerking, beleidsinstrumenten en besluitvorming zich in de praktijk ontwikkelen, en waar spanningen of knelpunten optreden in de overgang van planvorming naar uitvoering.
Vervolgens gaf Tim Buyse, algemeen secretaris van de MORA, een reflectie vanuit beleidsmatig en institutioneel perspectief. Die reflectie vertrok vanuit de vaststelling dat de vervoerregio’s een reële meerwaarde hebben gecreëerd in termen van interbestuurlijke samenwerking, maar tegelijk botsen op structurele spanningen rond rollen, bevoegdheden en doorwerking. Hij benadrukte de nood aan duidelijke keuzes over de toekomstige rol van de vervoerregio’s, met meer helderheid, wederkerigheid en zichtbare impact als voorwaarden voor een geloofwaardig en gedragen systeem.
De presentatie van Pieterjan Schraepen
De studie van het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing
De reflectie door Tim Buyse
Panelgesprek

Het studiemoment werd afgesloten met een uitgebreid paneldebat met Egbert Lachaert (politiek voorzitter vervoerregio Gent en burgemeester van Merelbeke-Melle), Elke Bossaert (Strategic Accessibility Manager, Brussels Airport), Stan Reusen (algemeen secretaris ACOD TBM) en Sven Lieten (ambtelijk voorzitter vervoerregio Limburg).
De uitwisseling tussen deze vier experten gaf aanleiding tot enkele interessante conclusies:
- De vervoerregio’s hebben een nieuwe regionale samenwerkingsdynamiek op gang gebracht. Ondanks mogelijke spanningen tussen stedelijke en landelijke gebieden of tussen grotere en kleinere gemeenten, blijft bovenlokale samenwerking het uitgangspunt. Een goede samenwerking tussen politiek en administratie helpt bovendien om spanningen te beperken.
- De panelleden benadrukten dat kwaliteitsvolle beslissingen en advisering voldoende tijd en correcte data vereisen. Dit moet leiden tot meer gedragen beslissingen, én een betere samenwerking en wederzijdse waardering tussen vervoerregio’s en De Lijn, alsook tussen het Vlaamse, regionale en lokale niveau.
- Bij de opstart van de vervoerregio’s en bij het uitwerken van de regionale mobiliteitsplannen werden stakeholders breed betrokken, maar deze betrokkenheid nam nadien af. Volgens de panelleden kan een meer formele verankering – hetzij via een stakeholdersforum, hetzij door het aanstellen van regionale stakeholdermanagers – deze betrokkenheid terug versterken. Bovendien kunnen stakeholders niet enkel in de planningsfase maar ook in de uitvoeringsfase een belangrijke, ondersteunende rol spelen.
- Hoewel de financiële autonomie van de vervoerregio’s beperkt is, pleitten de panelleden niet expliciet voor substantiële eigen budgetten. Belangrijker is dat bij Vlaamse investeringsbeslissingen meer dan vandaag rekening wordt gehouden met de adviezen en prioriteiten van de vervoerregio’s. Wel klonk een vraag om het budget van Team MOW te versterken zodat het de voorziene regierol optimaal kan uitoefenen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de ‘mental shift’ en voor onderzoeksopdrachten.
- Er is nood aan een grondige evaluatie van de bestaande rolverdeling om alle betrokken actoren en beleidsniveaus in hun rol te versterken:
- De vervoerregio’s kunnen adviseren en meebeslissen, maar het is belangrijk dat lokale besturen en burgers zich bewust zijn van de beperkingen van deze rol;
- het Departement MOW kan een duidelijkere regierol opnemen, wat ook inhoudt dat lastige knopen worden doorgehakt wanneer nodig;
- de verhouding tussen beslissende, adviserende en uitvoerende actoren moet duidelijker worden afgebakend;
- een meer formele en structurele betrokkenheid van stakeholders in de vervoerregio’s kan ertoe bijdragen dat zij ambassadeurs worden van het vervoerregionaal beleid, onder meer op het vlak van mental shift, modal shift en woon-werkverkeer.
Alle panelleden benadrukten dat een legislatuuroverschrijdende langetermijnvisie op de rol van de vervoerregio’s essentieel is. Dit bevordert de stabiele werking en creëert continuïteit. Een duidelijke langetermijnstrategie maakt het bovendien mogelijk om sneller gedragen beslissingen te nemen.











