Advies conceptnota uitwerking mobiliteitscentrale

    advies op vraag
    Vlaams minister van Mobiliteit Openbare Werken Vlaamse Rand Toerisme en Dierenwelzijn
    Ben Weyts

    In dit advies formuleert de MORA een aantal aandachtspunten voor de verdere vormgeving van het vervoer op maat en de mobiliteitscentrale. Een aantal van deze punten worden best meegenomen vóórdat de mobiliteitscentrale in de markt wordt gezet. De MORA vindt dat het lastenboek ook vanuit een maatschappelijk perspectief moet worden nagelezen om de mobiliteitscentrale optimaal vorm te geven. De MORA is bereid hier zijn volle medewerking aan te verlenen.

    In dit advies formuleert de MORA volgende aanbevelingen:
     

    • De MORA wenst dat de vooropgestelde volgorde van mobiliteitsplanning en de bevoegdheden van de vervoerregioraden, zoals bepaald in het decreet basisbereikbaarheid, worden gerespecteerd. Dat betekent dat er per vervoerregio eerst een goedgekeurd regionaal mobiliteitsplan moet zijn alvorens de mobiliteitscentrale in de markt wordt gezet om voor het vervoer op maat contracten af te sluiten met vervoerders.
    • Bij de verdere vormgeving van het vervoer op maat en de mobiliteitscentrale moet de reiziger centraal staan. Dit moet het uitgangspunt zijn bij de monitoring en kwaliteitsgarantie, de rechtsmatigheidstoets, de klachtenbehandeling en informatievoorziening.
    • De MORA vindt dat de financiële verantwoordelijkheid voor het vervoer op maat niet alleen bij de lokale overheden mag liggen en vraagt de Vlaamse Regering om meer middelen vrij te maken voor het vervoer op maat. Het is noodzakelijk dat er binnen en over de grenzen van de vervoerregio’s wordt ingezet op transparante en eenduidige tariefstructuren en -voorwaarden. De mobiliteitscentrale moet een actieve rol spelen om er mee voor te zorgen dat reizigers een vervoersgrensoverschrijdende verplaatsing kunnen maken met één ticket en aan gelijke tarieven.
    • Bij het in de markt zetten van de vervoercontracten voor vaste trajecten en de uitbouw van flexsystemen mag de capaciteit van de in te zetten voertuigen zich niet enkel beperken tot voertuigen 8+1.

    In het bestek moet staan dat de mobiliteitscentrale ‘future proof’ moet werken en nieuwe mobiliteitsontwikkelingen maximaal moet ondersteunen.

    Om een gelijk speelveld te garanderen voor publieke en private MaaS-operatoren, adviseert de MORA om een onafhankelijke MaaS-regulator op te richten vóórdat de mobiliteitscentrale in werking treedt. Deze regulator moet in samenwerking met het (mobiliteits-) middenveld en andere relevante stakeholders zoals MaaS-platformen, technologiebedrijven, telecomoperatoren enz. de spelregels voor een Vlaams MaaS ecosysteem bepalen en handhaven. In dit advies lijst de MORA de belangrijkste taken voor een Vlaamse MaaS-regulator op.

    Thema’s en trefwoorden